Glorie en glooiing

Oude glorie en glooiingen

 

Wij stellen voor de oorspronkelijke kracht en glorie van het monumentale witte pand te herstellen. De nieuwe gebouwen, die elk een andere grootte hebben gaan we zorgvuldig inpassen in de historische, groene context. Dat willen we doen door bij de nieuw te realiseren gebouwen juist aansluiting te zoeken bij de glooiingen van de voormalige vestingwerken. Alle gebouwen grenzen tegelijk aan een semiopenbaar gemeenschappelijk gebied. Het “pleintje” vormt het hart van het ensemble en zorgt voor een wisselwerking tussen wonen, recreëren en zorg. Het pleintje, de toegangsweg en de parkeerplaatsen voegen zich op een organische wijze in het Romantische park van Zocher in Engelse Landschapsstijl. Het gezamenlijk terrein willen we zo groen mogelijk ontwikkelen. We ambiëren ‘meer park dan prive’ voor deze gemeenschappelijke ruimte. We denken dat dit goed recht doet aan de historische doelstelling van Zocher: een samenhang tussen park en villa’s.

 

Het nieuwe, antroposofische gezondheidscentrum is het grootste gebouw van de drie. We plaatsen het aan de straatzijde, in het verlengde van de bestaande villa’s langs het Prinsenbolwerk. Het geeft intimiteit aan het plein en profiteert tegelijk van zichtbaarheid vanaf de weg. In het monument Prinsenbolwerk 3 komt voornamelijk logies. De villa is een relatief klein en paviljoenachtig object dat aan de noordzijde in het park ligt. De woonvilla zal zich daarbij buiten de bestaande bomenkruinen bevinden. De afgewogen plaatsing van elk van de drie gebouwen garandeert dat het park zijn groene karakter behoudt.

 

In de antroposofische visie op ziekte en gezondheid staat de hele mens centraal. Een mens die een gezonde balans heeft tussen wat hij aan fysieke, vitale, emotionele en geestelijke eigenschappen bij zich draagt, zal ook op een gezonde manier door het leven gaan. Treedt er echter een verstoring op, dan wordt daar de kiem tot ziekte gelegd. De antroposofische geneeskunst richt zich op die balans door bij te dragen aan het herstel van dit evenwicht, waarbij de patiënt zelf zo veel mogelijk de regie houdt. De antroposofische geneeskunst doet dat door de reguliere kennis over ziekte en gezondheid te integreren en uit te breiden met de kennis uit de antroposofische geneeskunst, waarin een veel grotere rol is weggelegd voor de trias lichaam, ziel en geest. In die zin is de antroposofische geneeskunst een vorm van ‘integrative medicine’ avant la lettre: de reguliere en de antroposofische geneeskunde - met haar kennis over lichaam, ziel en geest – worden geïntegreerd op een voor de gezondheids- zorg unieke wijze. Integratie is daarmee een kernbegrip in de antroposofische geneeskunst.

 

Voor het antroposofisch centrrum is integratie ook een uitgangspunt voor de fysieke omgeving, waarin de patiënt zorg ontvangt. Het gebouw moet bijdragen aan een gezond klimaat voor zowel diegenen die er werken als voor degenen die er de zorg ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld door te bouwen volgens de principes van de organische architectuur en door energieneutraal te bouwen.

 

Zorg dreigt in steeds sterkere mate te versnipperen: wie met meerdere aandoeningen te maken heeft, ziet al snel een scala aan artsen en ondersteuners aan zich voorbij trekken: de internist en de diabetes verpleegkundige, de longarts en de COPD verpleegkundige, de cardioloog en de hartfalenverpleegkundige naast de diëtiste, de fysiotherapeut en huisarts bijvoorbeeld. Hoewel wij ook in het therapeuticum niet helemaal ontkomen aan taakdelegatie, is onze ervaring, dat veel patiënten zich ‘gedragen’ voelen door de mensen die om hen heen staan in het therapeuticum. Door behandeld te worden in een centrum, waar vanuit een bepaalde visie gewerkt wordt aan gezondheid, ontstaat een sfeer die patiënten dagelijks opmerken en benoemen. Voor de artsen en therapeuten is het stimulerend en enthousiasmerend om met gelijkgestemden te werken aan deze zorg. Dit is dan ook een belangrijke reden de zorg te concentreren op één locatie.

 

De toenemende verschuiving van zorg uit de tweede- naar de eerstelijn maakt dat ook huisartsen er niet aan ontkomen een zekere mate van specialisatie te gaan voeren. Kennis van meer complexe zorg voor patiënten met bijvoorbeeld COPD, diabetes mellitus en hart- en vaatziekten is niet vanzelfsprekend bij elke arts aanwezig. Bovendien vraagt deze zorg investeringen zoals bijvoorbeeld spirometrieapparatuur, ECG en hartritmediagnostiek, doppleronderzoek etc. Door concentratie van de vier praktijken kan makkelijker gebruik worden gemaakt van het materiaal, elkaars expertise en kunnen taken eenvoudiger gedelegeerd worden aan daarvoor goed opgeleide assistentes en praktijkondersteuners. Op deze wijze kan zowel kwalitatief als kwantitatief betere zorg worden geboden.

 

De patiënten van de vier praktijken wonen verspreid door heel Haarlem en de plaatsen Heemstede, Bloemendaal, Overveen en Aerdenhout. Verder worden er geregeld patiënten gezien van buiten de regio, die graag een antroposofische visie op hun ziekte willen hebben. Het merendeel van de patiënten woont echter in het centrum en de wijken direct daar omheen. Dit maakt dat een nieuwe locatie ook gelegen moet zijn in of nabij het centrum, maar door de grote regionale spreiding van de patiënten eveneens goed bereikbaar moet zijn per fiets, auto

en openbaar vervoer. Overigens geldt ook voor de werkzame therapeuten, dat zij veelal buiten Haarlem wonen, zodat een goede bereikbaarheid met het OV belangrijk is.

 

Door op een centraal punt in Haarlem een antroposofisch gezondheidscentrum te bouwen ontstaat er concentratie van antroposofische zorg, waardoor het logisch is dat het antroposofisch informatiecentrum zich aansluit. Het antroposofisch informatiecentrum (www.antroposofiehaarlem.nl/informatiecentrum) biedt informatie, heeft een kleine winkel waar boeken en wat speelgoed worden verkocht en heeft een uitgebreide (uitleen)bibliotheek. De informatie die hier geboden wordt, sluit goed aan bij de visie van het therapeuticum. Daarnaast worden er lezingen gehouden en zijn er workshops. Door samenvoegen van het therapeuticum en het informatiecentrum ontstaan er voor beide voordelen: de grote zaal kan gemeenschappelijk gebruikt worden en het beheer van de bibliotheek kan gedeeld worden.